Harry Potter en de hokjesdenkers

Waarom ons ethische oordeelsvermogen zoveel wegheeft van fictie Lotte Egtberts - 22 september, 2014

Het was een mooie zomeravond toen mijn buurtkinderen een film mochten uitkiezen, om zich vervolgens met chips en fruit op de bank te nestelen. Het werd, na enig gekibbel, Harry Potter. Het was ook, daar op die bank, dat ik me plots bewust werd van hoe ik naar de film keek. Ik besefte opeens dat mijn hoofd telkens razendsnel een onderscheid begon te maken tussen twee verschillende karakters: goed en kwaad. Al met het introduceren van elk nieuw karakter was het eerste wat ik mezelf afvroeg van welk kamp het personage was. Zo kwam er al snel een heel helder beeld van met wie je mocht meevoelen, en wie je mocht minachten.

Goed en kwaad

Psychologisch gezien is zulk onderscheid maken zeer logisch: je kijkt een film, vol met indrukken, dialogen, actie en meerdere personages. Maar op het moment dat bepaalde personages zich nog onduidelijk voordoen op het gebied goed en kwaad, wordt het lastig voor de hersenen. Tijdens het kijken naar vliegende tovenaars hebben die namelijk wel iets beters te doen dan zich tot een soort van relativerende ethiek en empathie te wenden.

Het christendom als religie, dat een absoluut transcendent begrip van Goed en Kwaad predikt, mag dan wel bijna verdwenen zijn in onze samenleving, het begrip van een kwaad dat op zich kwaad is, is niet weg te branden. Zo ook toen het plots modieus werd om in ‘karma’ te geloven.

Onverschillig

Echter, iets als een “kwaad” is nooit absoluut en geketend aan de tijd: tegenwoordig hoef je maar iemand van pedofilie te beschuldigen of diegene wordt op mentale wijze publiekelijk gelyncht. Daarnaast kan elke “kwade” daad nooit absoluut kwaad zijn: net zoals Anders Breivik nog steeds gelooft in zijn eigen goede wil om de wereld met geweld en terreur te behoeden voor enge dingen als multiculturalisme en socialisme. Een “kwaad” bestaat voor mij enkel in menselijke begrippen, omdat mensen in hun sociale en politieke toestand de dingen beoordelen in hoeverre ze van nut zijn voor die sociale en politieke toestand. En zo ook schreef de zeer gewaardeerde filosoof Spinoza in zijn Ethica (1977):

“Wat goed en kwaad betreft, ook deze woorden duiden niets positiefs aan in de dingen in zichzelf beschouwd; ook zij zijn niets anders dan wijzen van denken, of begrippen, die wij vormen, doordat wij dingen onderling vergelijken. Want één en de zelfde zaak kan op het zelfde tijdstip zo wel goed en kwaad, of ook wel onverschillig zijn.”

Ik denk bij het bepalen van wat moraal “goed” en “fout” is vaak aan de homoseksuele en necrofiele eend, beschreven door bioloog Kees Moeliker.  Hij beschreef hoe een dode eend benaderd werd door een seksegenoot, die zonder veel succes de dode eend begon te verkrachten. Waar in christelijke tijden men dieven, overspelplegers en een bijbel had, hebben wij nu een necrofiele en homoseksuele eend. Aan dieren schrijft men niet vaak een vrije wil toe: en als de eend nu niet handelde met bewustzijn van zijn wil, noemen wij het gedrag van zo’n beest dan goed of slecht, of onverschillig?

Jan Potter

En zo hielden mijn hersenen zich weer bezig met het kijken naar de film, waarbij mijn ethisch oordeelsvermogen op een laag pitje werd gezet. Nu zijn er meerdere dingen die psychologisch gezien gemakkelijker zijn voor de hersenen. Racisme, het plaatsen van mensen in denkbeeldige hokjes, vreemdelingenhaat. Toch zijn zulke dingen niet wenselijk als men wenst vredig en vrij met elkaar te willen leven. Daarom waarschuw ik ervoor te beweren dat er “goede” en “slechte” mensen bestaan: met het plaatsen van iemand in zo’n hokje , zal er nooit ruimte over zijn voor iets als begrip.

“Minder begrip voor criminelen”, daar pleitte de VVD voor. Maar wanneer men zonder enig begrip problematiek wil aanpakken, en de problematiek dan toedicht aan bepaalde groepen die men dan “slecht” van aard noemt, dan kunnen we net zo goed de gehele politiek romantiseren. Dan zullen wij op het politieke toneel de eeuwige strijd van Goed en Kwaad uitvechten, en van de Harry Potter-fantasie een volledige politieke realiteit maken. Wij verwelkomen Jan Potter Balkenende dan ook graag terug.

Beeld: Jos van Zetten

Lotte Egtberts Lotte Egtberts (1995) is groot sympathisant van de vrijdenkerij en het rationalisme, maar stelt haar leven in dienst van de kunst. Er is niets wat haar meer blij kan maken dan onbedoelde lelijkheid en bewegende glitterplaatjes.

Reacties